Veel gestelde vragen (faq)

Milieuclassificaties

  1. Hoe wordt er getoetst?
  2. Wat is een functionele eenheid?
  3. Welke milieueffecten worden berekend?
  4. Hoe worden de verschillende milieueffecten tegen elkaar afgewogen?
  5. Hoe wordt de levensduur van bouwproducten bepaald?
  6. Wat is het verschil tussen de milieuclassificaties van bouwproducten in de bouw, van bouwproducten in de GWW en van grondstoffen?
  7. Waarom zijn bio-based producten niet altijd de beste producten?
  8. Waarom scoort schapenwol een stuk slechter in vergelijking met de oudere milieuclassificaties.

 

DUBOkeur

  1. Wat is het DUBOkeur®?
  2. Wanneer krijgt een bouwproduct, GWW-product of een grondstof het DUBOkeur®?
  3. Vindt er ook een hertoetsing plaats?
  4. Wat is het verschil tussen producten met het DUBOkeur en andere producten in de milieuclassificaties?
  5. Hoe kan ik mijn product laten certificeren?
  6. Wat is de doorlooptijd van een DUBOkeur®-traject?
  7. Wat kost het DUBOkeur® en andere LCA-trajecten?
  8. Waar vind ik meer informatie over de criteria van het DUBOkeur®?
  9. Een product zegt een DUBOkeur® te hebben maar staat niet op de DUBOkeur lijst.
  10. Wat zijn de voordelen van het DUBOkeur®

 

Nationale Milieudatabase

  1. Wat is de Nationale Milieu Database?
  2. Wat is de relatie tussen de Nationale Milieu Database en de milieuclassificaties?

 

 

Milieuclassificaties

Hoe wordt er getoetst?

De basis van de berekening van schaduwkosten zijn wetenschappelijke LCA gegevens. LCA staat voor LevensCyclusAnalyse. Het is een methode om de milieubelasting van een product ‘van wieg tot graf’ te berekenen. In het traject van wieg tot graf zijn er vier fases te onderscheiden: productiefase, constructiefase, gebruiks- en onderhoudsfase en einde levensduurfase. In al deze fasen vinden processen plaats waarbij verschillende milieueffecten optreden. In een LCA worden deze milieueffecten inzichtelijk gemaakt per functionele eenheid. De milieueffecten worden vertaald naar schaduwkosten, zodat een vergelijking gemaakt kan worden met andere producten met eenzelfde functionele eenheid.

Wat is een functionele eenheid?

Een belangrijk aspect van een LCA-berekening is de functionele eenheid. Binnen de functionele eenheid worden bepaalde aspecten vastgelegd, zodat er een eerlijke vergelijkingseenheid ontstaat. Hierbij is bijvoorbeeld de levensduur van groot belang. In een functionele eenheid gaan we voor het DUBOkeur uit van 75 jaar. Veel producten gaan echter geen 75 jaar mee. Daarom wordt gekeken hoe vaak een product in die periode vervangen moet worden. Zo kan toch een eerlijke vergelijking gemaakt worden tussen een product met een levensduur van 15 jaar en een product die een levensduur heeft van 25 jaar. Andere aspecten kunnen ook vastgelegd worden. Zo is het bij isolatiematerialen van belang dat rekening gehouden wordt met de isolatiewaarde van de materialen. Een functionele eenheid van bijvoorbeeld de toepassing ‘isolatie plat dak’ klinkt dan als volgt: “Isolatiemateriaal toegepast in een (platte) warmdakconstructie gedurende een periode van 75 jaar. Vergeleken per functionele eenheid van 1 m² beloopbare (drukvaste) isolatie, met een dusdanige isolerende waarde dat er voor de gehele dakconstructie minimaal een warmteweerstand (R) van 3,5 m².K/W wordt behaald.

Welke milieueffecten worden berekend?

 Voor de milieuclassificaties worden verschillende milieueffecten in kaart gebracht. Naast de effecten van CO2 op het broeikaseffect zijn er nog zeventien milieueffecten. De milieueffectcategorieën uit de Nationale Database worden aangevuld met gegevens uit het TWIN2011-model. In onderstaande tabel is te zien welke milieueffecten worden berekend. 

http://www.nibe.info/assets/images/content/user/images/tabel%201kopie.jpg

Hoe worden de verschillende milieueffecten tegen elkaar afgewogen?

In de milieukostenmethode worden de in equivalenten uitgedrukte milieueffecten vermenigvuldigd met monetariserings- of milieukostengetallen per milieueffect. Door het optellen van alle milieukosten ontstaat een totaal milieukostenplaatje, een gewogen score in één getal.

Voor monetariserings- of milieukostengetallen worden soms ook de termen schaduwprijzen of preventiekosten gebruikt. Milieukosten zijn altijd economische waarden.          

De schaduwprijs van een emissie wordt bepaald door de kosten van de laatste nog net noodzakelijke maatregel om een emissiedoelstelling te halen, de zogeheten marginale kosten. Deze schaduwprijs weerspiegelt de kosten die de maatschappij er voor over heeft het betreffende milieudoel te bewerkstelligen.

Preventiekosten (schaduwkosten) zijn kosten van preventieve maatregelen waarmee een bepaalde milieubelasting kan worden voorkomen. Bij 'preventiekosten tot duurzaamheid' gaat het om de kosten van preventieve maatregelen, die getroffen zouden moeten worden om de huidige emissies verder terug te dringen tot aan een duurzaam niveau. Het zijn (theoretische/hypothetische) kosten van maatregelen, die nog zouden moeten worden uitgevoerd. Deze kosten geven een beeld van wat de maatschappij bereid zou moeten zijn te betalen voor het terugdringen van de milieubelasting tot een duurzaam niveau (preventie tot duurzaamheid).

Milieueffect

Milieukosten

Bron

global warming (GWP100)

€ 0,05 / kg CO2 eq.

CE

ozone layer depletion (ODP)

€ 30 / kg CFC-11 eq.

CE

human toxicity

€ 0,09 / kg 1,4-DB eq.

TNO

aquatic tox. fresh water

€ 0,03 / kg 1,4-DB eq.

TNO

terrestrial toxicit

€ 0,06 / kg 1,4-DB eq.

TNO

photochemical oxidation

€ 2 / kg C2H4 eq.

CE

acidification

€ 4 / kg SO2 eq.

CE

eutrophication

€ 9 / kg PO4-3- eq.

CE

exhaus biotic

€ 0,042202 / mbp

NIBE

exhaus abiotic

€ 0,16 / kg Sb eq.

TNO

exhaus Energy

€ 0,16 / kg Sb eq.

TNO

Eco99 EQ Landuse

€ 0,20482 / PDF*m2yr

NIBE

malodorous air

€ 0,0000000233 / OTV m3

NIBE

Roadnoise

€ 321,946 / DALY

NIBE

hinder geluid

€ 0,00000149 / mbp

NIBE

hinder licht

€ 0,024005 / mbp

NIBE

hinder calamite

€ 0,024005 / mbp

NIBE

Overzicht gehanteerde schaduwkosten per milieueffect

De basisprofielen bestaan uit milieueffecten per kg. De producten bestaan vervolgens uit een eenheid (bijv. een m2), een levensduur en een bepaalde hoeveelheid materialen. Aan de hand van de combinatie van basisprofielen en productkaarten kan de milieubelasting bepaald worden van een product.

Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de berekeningsprocedures. Deze zijn onder andere vastgelegd in de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. Kijk voor meer informatie over de Nationale Milieudatabase op: www.milieudatabase.nl

Hoe wordt de levensduur van bouwproducten bepaald?

Een belangrijk onderdeel van de LCA-berekeningen is de levensduur van een product. Dit bepaalt namelijk het aantal vervangingen dat nodig is gedurende de levensduur van een gebouw. De levensduur van bouwproducten wordt bepaald aan de hand van SBR uitgave Levensduur van Bouwproducten – methode voor referentiewaarden (2011).

Wat is het verschil tussen de milieuclassificaties van bouwproducten in de bouw, van bouwproducten in de GWW en van grondstoffen?

De milieuclassificaties zijn in drie groepen verdeeld. Het onderscheid tussen bouwproducten in de bouw en in de GWW is om het overzicht te bewaren. De rekenmethodes zijn hetzelfde. De milieuclassificaties van grondstoffen daarentegen wijken af van de rekenmethode voor bouwproducten. Bij de milieuclassificaties van grondstoffen worden de milieueffecten tot aan de fabriekspoort berekend. Dit in tegenstelling tot de bouwproducten, waarbij de milieueffecten van de constructiefase, gebruiksfase en eindelevensduurfase ook worden berekend. Bij grondstoffen zijn deze fases niet aan de orde, maar pas als ze zijn verwerkt tot een product en dus afhankelijk zijn van het product waarin ze zijn verwerkt.

Waarom zijn bio-based producten niet altijd de beste producten?

In de milieuclassificaties zijn bio-based producten niet noodzakelijk de beste keuze. Voor de milieuclassificaties wordt gebruik gemaakt van LCA-gegevens – gegevens over de gehele levensduur, van grondstofwinning tot de eindelevensduurfase waarbij 18 milieueffecten in beschouwing worden genomen. Het gebruik van natuurlijke materialen kan belangrijke voordelen voor de LCA hebben, maar er zijn ook aspecten die minder gunstig kunnen zijn. In het geval van landbouwgewassen, die dienen als grondstof van het biobased materiaal, worden er pesticiden en meststoffen gebruikt die een belangrijke bijdrage aan de milieueffecten van het product kunnen bijdragen. In sommige gevallen zijn de gewichten en/of transportafstanden van de grondstoffen groter dan van de grondstoffen van de alternatieven en ook het gebruik van energie om grondstoffen op te werken naar bruikbare materialen een kunnen een belangrijke rol.

Waarom scoort schapenwol een stuk slechter in vergelijking met de oudere milieuclassificaties.

Schapenwol behoorde in de oude classificaties tot de beste keuze. In de huidige classificatie is dat echter niet meer het geval; Schapenwol wordt nu, met een score van 7, gezien als een onaanvaardbare keuze. Hoe kan dat? In de oudere milieuclassificatie werd gebruik gemaakt van een andere database dan tegenwoordig. Een belangrijk verschil hiertussen is de allocatie van de milieueffecten. In de eerdere berekeningen werd aangenomen dat de schapen voor het vlees worden gehouden en dat wol een afvalproduct is. Dat betekende dat er geen milieueffecten werden toegekend aan de productie van wol en hierdoor scoorde schapenwol milieutechnisch zeer goed. In de huidige berekeningen wordt de allocatie bepaald op basis van de financiële waarde van de eindproducten van het schaap. Een schaap produceert wol en vlees. De milieueffecten van het houden van schapen en de emissies die schapen veroorzaken, met name in de vorm van mest, worden verdeeld over de wol en het vlees. De milieueffecten als gevolg van de productie van schapen worden voor twee derde toebedeeld aan de schapenwol en een derde aan het vlees.

 

DUBOkeur

Wat is het DUBOkeur®?

Het DUBOkeur® is een keurmerk dat laat zien dat een bouwproduct tot de meest milieuvriendelijke producten in een bepaalde toepassing behoort. Door middel van het onderstaande DUBOkeurlogo zijn deze producten te herkennen. Voor het DUBOkeur® wordt gekeken naar het specifieke toepassingsgebied van een product. Binnen iedere productgroep komen alleen de beste producten in aanmerking voor het keurmerk. Een voorbeeld van een toepassingsgebied is vloerisolatie of binnenspouwblad. Het doel van het DUBOkeur® is dus het topsegment van bouwproducten op milieugebied binnen een toepassingsgebied herkenbaar te maken.

Wanneer krijgt een bouwproduct, GWW-product of een grondstof het DUBOkeur®?

Voor het DUBOkeur® wordt gebruik gemaakt van het TWIN model. Er wordt een classificatie gemaakt waarbij verschillende producten met elkaar onderling worden vergeleken. Het vanuit milieuoogpunt beste product krijgt altijd milieuklasse 1a, er is immers altijd een milieutechnisch beste alternatief. Om de milieuklasse van andere producten binnen dezelfde productgroep te bepalen, worden aan de hand van de schaduwkosten de andere bouwproducten geclassificeerd en aan de referentie (product met milieuklasse 1a) gerelateerd. Wanneer de schaduwkosten van het product met klasse 1a € 0,50 zijn en de schaduwkosten van een ander product € 2,00, dan is de milieubelastingsfactor van dat product 4, omdat de schaduwkosten vier keer zo hoog zijn als de referentie. Bekijken we deze milieubelastingsfactor in de onderstaande tabel waarmee de milieuklassen bepaald worden, dan zou dat product de milieuklasse 3b hebben. Op deze manier kan voor alle bouwproducten een milieuklasse bepaald worden aan de hand van de schaduwkosten.

DUBO-Milieuklasse-Indeling

Op deze manier kan voor alle producten een milieuklasse bepaald worden aan de hand van de milieukosten. Om in aanmerking te komen voor DUBOkeur® moet het getoetste product in de volgende milieuklasse vallen:

  • In milieuklasse 1 of 2 (resp. beste en goede dubokeuze) in het geval er één of meer producten in dezelfde toepassing voorkomen die in milieuklasse 3c of slechter vallen (3c - > 7c). 

  • Eén milieuklasse beter dan het slechtst scorende product, indien dit in milieuklasse 2a t/m 3b valt.

  • In milieuklasse 1a wanneer alle producten in de toepassing waarin het product getoetst wordt binnen milieuklasse 1 vallen (1a-1c).

Op deze manier komen alleen de milieutechnisch beste producten in een productgroep in aanmerking voor het DUBOkeur®.

Vindt er ook een hertoetsing plaats?

Ja, de hertoetsing vormt een belangrijk onderdeel van de certificering. Op ieder certificaat staat aangegeven wanneer het certificaat is afgegeven en tot wanneer het geldig is. Bij een hertoetsing wordt er gekeken of  het product nog steeds aan de eisen voldoet van het DUBOkeur®. Er wordt gekeken of er veranderingen hebben plaatsgevonden bij het product die van belang zijn voor de schaduwprijsberekening. Ook kan het geval zijn dat het referentieproduct beter is geworden of vervangen door een nog beter product. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de milieuklasse van het product, omdat het een relatieve vergelijking is. Om deze redenen vindt er voor elk bouwproduct iedere twee jaar een hertoetsing plaats. Doordat het DUBOkeur om de twee jaar wordt hergetoetst daagt het uit  tot een continue milieu technisch verbeteringsproces  van de bouwproducten.

Wat is het verschil tussen producten met het DUBOkeur en andere producten in de milieuclassificaties?

Gegevens van producten met het DUBOkeur® zijn berekend met productspecifieke data. Het zijn data over de materialen, energieverbruik, transport en emissies die door de producent direct aan het NIBE zijn aangeleverd. Bovendien voldoen deze producten aan de eisen van het DUBOkeur® en behoren daarmee tot de meest milieuvriendelijke keuze in hun toepassing. De data van de andere producten zijn representatief voor het gemiddelde in de branche. Er is gerekend met gemiddelde samenstellingen, energieverbruiken, transporten en emissies.

Hoe kan ik mijn product laten certificeren voor het DUBOkeur?

Voor het certificeren van een bouwproduct wordt een DUBOkeur toets uitgevoerd. Om te  beoordelen of een product voldoet aan de eisen van het DUBOkeur wordt een Levenscyclusanalyse (LCA) uitgevoerd. Om een LCA uit te voeren zijn er product specifieke gegevens nodig, zoals:

  • gebruikte grondstoffen (incl. hoeveelheden),
  • transportenafstanden,
  • energieverbruik van de productie,
  • emissies van de productie,
  • verwerking op de bouw,
  • verpakkingsmaterialen,
  • onderhoudscycli,
  • uitloging,
  • afval,
  • etc.

Met deze gegevens wordt door het NIBE een Levenscyclusanalyse (LCA) gemaakt. De aanvrager levert deze gegevens aan door het invullen van een door het NIBE ontwikkelde vragenlijst. Indien u meer informatie over het DUBOkeur en/of het toetsingsproces wilt kunt contact opnemen met het NIBE (info@nibe.org).

Wat is de doorlooptijd van een DUBOkeur®-traject?

Binnen een week volgt een offerte. De doorlooptijd van een aanvraag is meestal ca. 6 weken, nadat alle informatie is ontvangen.

Wat kost het DUBOkeur®?

Voor een prijsindicatie of een passend offerte kunt u contact opnemen met het NIBE. Contact kan via info@nibe.org‎, of via de telefoon op het nummer: 035-6948233

Waar vind ik meer informatie over de criteria van het DUBOkeur®?

Het DUBOkeur heeft een regelement. Deze is hier te downloaden.

Ook is er meer informatie over het DUBOkeur te vinden op de website www.dubokeur.nl

Een product zegt een DUBOkeur® te hebben maar staat niet op de DUBOkeur lijst.

De DUBOkeur® lijst op www.nibe.info is de meest actuele lijst met DUBOkeur® producten. Indien een product niet meer op de lijst staat kan dat twee oorzaken hebben:

  1. Bij een her-certificeringstraject behoorde het getoetste DUBOkeur® product niet meer tot de meest milieuvriendelijke producten en viel buiten de DUBOkeur® grens.
  2. De certificaathouder heeft het DUBOkeur® licentie niet verlengd. In dat geval hebben we de her-certificering niet uitgevoerd en is het dus niet vastgesteld of het product tot de meest milieuvriendelijk alternatieven behoort.

Indien een DUBOkeur® certificaat verlopen is dan dient een fabrikant/leverancier het certificaat niet meer te gebruiken. Constateert u dat dit wel gebeurt, dan vragen wij u contact op te nemen met het NIBE info@nibe.org .

Wat zijn de voordelen van het DUBOkeur®

 

Toepassing van DUBOkeur® producten is niet alleen goed voor het milieu, maar levert ook een tal aan anderen voordelen op. Een lijst met de voordelen van het DUBOkeur is hier te vinden.

Nationale Milieudatabase

Wat is de Nationale Milieu Database?

De Nationale Milieu Database is het resultaat van een harmonisatietraject. Het doel van deze harmonisatie is dat een berekening in verschillende rekenprogramma’s (zoals Breeam, GreenCalc, DuboCalc, GPR en Eco-Install) hetzelfde eindresultaat geeft voor milieueffectscores en milieukengetallen.

De Nationale Milieu Database bevat gegevens over materialen, afkomstig uit een algemeen aanvaarde database voor bouwmaterialen: de Eco-Invent database. Het resultaat hiervan is de verzameling basisprofielen die informatie bevatten over de milieueffecten. Naast de basisprofielen zijn er nog de productkaarten. Hierin zijn producten samengesteld aan de hand van de materialen.

Wat is de relatie tussen de Nationale Milieu Database en de milieuclassificaties?

In veel gevallen worden de LCA-gegevens van bouwproducten uit de Nationale Milieu Database gebruikt als basis van de toets voor het de milieuclassificaties. Wanneer gegevens niet uit deze database gehaald kunnen worden, worden eigen berekeningen gemaakt op eenzelfde manier als dat gedaan wordt voor de Nationale Milieudatabase. Dat betekent dat voor de achtergrondprocessen dezelfde database wordt gebruikt (Eco-Invent) en dezelfde berekeningsprocedures.